Start bouw DEFlog: de volgende stap in digitalisering van de logistiek

Publicatiedatum: 14-04-2020

Op woensdag 8 april is gestart met de ontwikkeling van DEFlog. DEFlog staat voor Data Exchange Facility Logistics. Het is een publiek-private digitale voorziening die het mogelijk maakt om data uit te wisselen tussen bedrijven en overheden, als ook tussen bedrijven onderling. Portbase ontwikkelt de komende maanden een eerste versie, in nauwe samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en SmartwayZ.NL. DEFlog is een volgende stap in de digitalisering van de logistieke sector. Op termijn moet het leiden tot slimmere en efficiëntere planning en uitvoering van logistieke processen.

Het faciliteren van data-uitwisseling tussen publieke en private partijen en onderling in de supply chain staat centraal bij DEFlog. Roeland van Bockel, vanuit het ministerie van IenW één van de initiatiefnemers, licht toe: “DEFlog geeft invulling aan een behoefte vanuit de overheid en vanuit de markt. Een dergelijke data-uitwisselingsvoorziening bestaat nog niet. Het geeft de mogelijkheid om nieuwe ITS-toepassingen te ontwikkelen, maar ondersteunt daarnaast ook bestaande toepassingen.”

 

Veel verschillende toepassingen mogelijk

Eén van die bestaande toepassingen die in de toekomst met behulp van DEFlog eenvoudig toegankelijk wordt voor de logistieke sector is de data over wegwerkzaamheden. NDW biedt voor serviceproviders en verkeerscentrales een real time overzicht van het verkeersbeeld. Daarbij verzamelt NDW andere wegverkeersgegevens, bijvoorbeeld over wegwerkzaamheden, en distribueert deze straks ook naar DEFlog. DEFlog vertaalt de data naar een standaard die veel gebruikt wordt in de logistieke sector. IT-dienstverleners kunnen de data vervolgens ook via DEFLog ophalen en gebruiken in hun dienstverlening. Denk aan een navigatiedienst voor vervoerders, die chauffeurs kan waarschuwen voor wegwerkzaamheden onderweg. Een andere toepassing zou zijn: een sensor bij een laad- loslocatie detecteert een vrije plek en via DEFlog komt dit, samen met de andere gegevens over de locatie, real time beschikbaar. Een IT-dienstverlener haalt de gegevens op en navigeert de chauffeur naar de locatie. Andere data-elementen die DEFlog kan gaan uitwisselen zijn data over incidenten, brugopeningen, dynamische venstertijden en wachtrijen voor terminals en depots.

 

Afspraken over data

In bovenstaand voorbeeld gaat de data van de overheid naar marktpartijen, maar een vervoerder kan zelf ook data delen met de overheid. Denk aan het delen van de locatie van het voertuig voor een prioriteitsaanvraag op een kruispunt. Het wordt ook mogelijk voor vervoerders om onderling data uit te wisselen, bijvoorbeeld over de beladingsgraad in relatie tot routes en bestemmingen. Belangrijk is daarbij dat de ‘bronhouder’, de organisatie die de data produceert vanuit bijvoorbeeld een planningssysteem, zelf de controle houdt over wie de data ontvangt en onder welke voorwaarden. Er worden afspraken gemaakt over autorisatie en toegang. DEFlog maakt daarvoor gebruik van bestaande standaarden, tools en afsprakenstelsels, waaronder het Open Trip Model1 en iSHARE2.

 

Bouw van de digitale infrastructuur

Aan Portbase de taak om deze voorziening te bouwen. Iwan van der Wolf, managing director van Portbase licht toe: “Het bouwen van DEFlog sluit naadloos aan op onze bestaande dienstverlening en missie. Wij faciliteren nu ook al voor al het maritieme verkeer datadeling tussen bedrijven en informatie-uitwisseling met overheden om sneller, flexibeler en tegen lagere kosten te kunnen werken.”

 

Samenwerking met de markt

Naast het ministerie, SmartwayZ.NL en Portbase als initiatiefnemers sluiten ook NDW, Stichting Uniforme Transport Code (SUTC, namens TLN en evofenedex) en naar behoefte, de havens Rotterdam, Amsterdam, Schiphol en Greenport aan bij de werksessies om DEFlog vorm en inhoud te geven. Via SmartwayZ.NL sluiten ook enkele vervoerders aan. In deze werksessies worden de tussenproducten getoetst en beoordeeld. De oplevering van de eerste versie van DEFlog staat gepland rond de zomer van 2020. Het betreft een zogenaamd Minimal Viable Product dat in de loop van 2020-2021 wordt uitgebreid.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Paul Swaak, programmamanager bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: paul@swaak.nl

Deel deze pagina: